Klacht Pals groep tegen Radar ongegrond verklaard
De klachten die de Pals Groep tegen Tros Radar had ingediend bij de Raad voor de Journalistiek, zijn ongegrond bevonden. De Raad stelt: "Radar heeft geen grenzen overschreden van hetgeen - gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid - maatschappelijk aanvaardbaar is."
Het ging in de bewuste uitzending (11 januari 2010) van Tros Radar over letselschadebureaus die zich ten onrechte verrijken aan 'no cure no pay'-constructies en dubbel declareren. Ook werd er onthuld dat er tussen Pals en verzekeraars, allerlei geheime afspraken bestonden. De Pals Groep vond het programma eenzijdig en tendentieus en diende een klacht in bij de Raad voor de Journalistiek.
In de motivering stelt de Raad onder meer dat "een journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws" en dat "het aan de redactie is om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht". Daaraan wordt toegevoegd dat "er evenmin een journalistieke norm bestaat die meebrengt dat een (hoofd)redactie bij een uitzending over een bepaald onderwerp (alle) voor- en tegenstanders aan het woord dient te laten". Volgens de Raad zijn "opvattingen van personen die mogelijk in conflict zijn met Pals Groep in de uitzending voldoende ondersteund door andere, onafhankelijke bronnen".
Pals-directeur Freek Schultz is bovendien "in de uitzending uitgebreid aan het woord gelaten om een eenzijdig en voor klaagster negatief beeld te nuanceren en geuite beschuldigingen te weerspreken". Daarnaast stelt de Raad dat opnames met de verborgen camera in dit geval geoorloofd zijn, want zij "ondersteunen de geuite beschuldigingen en zijn daardoor relevant voor de onderbouwing van de kritiek".




