Klantbeoordeling 9.0/10
Nu tot 22.00 uur bereikbaar! 036 522 0342 info@ridder-letselschade.nl

036 522 0342

Bereikbaar tot 22:00!

Afspraak maken

Gratis advies gesprek

Doe de letselschadetest

Gebruik de onderstaande test om te beoordelen of u in aanmerking komt voor een letselschadeclaim. Binnen 5 min heeft u een uitslag.

Doe de test

  • Pleidooi voor Smartengeld databank

  • Verzekeraars hebben de sleutel in handen voor betere regeling van letselschade!

  • Aansprakelijkheid ouders Tristan van der V.

Gemeente niet aansprakelijk voor letsel op voetbalveld

16 Augustus, 2010 15:37

De gemeente Woerden is niet aansprakelijk voor letselschade die volgens en trainer zou zijn ontstaan door een sprinklerinstallatie op een voetbalveld. Dat is de uitkomst van een gerechtelijke procedure die tot aan het Gerechtshof te Amsterdam is gevoerd door een trainer die letsel had opgelopen.

De trainer is op 26 september 2005 bij zijn werkzaamheden in dienst van een voetbalvereniging ten val gekomen op een sportveld (het zogenaamde Wetraveld) vanhet gemeentelijke sportpark in de gemeente Woerden. Hij is gevallen doordat een kop van een sprinklerinstallatie niet goed was ingedaald. Hij heeft hierdoor letsel opgelopen.

Het Wetraveld bestaat uit een bovenlaag van aarde/zand/gras, waaronder een sproei-installatie is aangebracht met in het veld zelf negen sproeikoppen die, indien de sproei-installatie niet in werking is, verzonken zijn in het veld. De gemeente is als eigenaresse/verhuurster van het Wetraveld onder meer verantwoordelijk voor het onderhoud van het Wetraveld.

In opdracht van de aansprakelijkheidsverzekeraar van de vereniging (Allianz) heeft Andriessen en Geurst Expertises een toedrachtonderzoek uitgevoerd en daarvan een rapport gedateerd 8 mei 2006 opgemaakt. Op grond daarvan heeft de vereniging aansprakelijkheid afgewezen. Namens de man heeft DAS Rechtsbijstand vervolgens bij brief van 24 augustus 2006 de gemeente aansprakelijk gesteld voor de schade die de man als gevolg van de val heeft geleden. De gemeente heeft de afhandeling van de schadeclaim overgedragen aan haar verzekeringsmaatschappij OVO. In opdracht van OVO is door Pi-advice, Experts Personenschade, op 22 januari 2007 een concept Personenschade Rapport opgesteld. De rechtbank heeft de vordering van de trainer afgewezen.

De trainer heeft zijn schadevergoedingsvordering jegens de gemeente gebaseerd op de stelling dat de gemeente als bezitter van een gebrekkige opstal (de sproeikop, althans de sproei-installatie, althans het voetbalveld) in de zin van art. 6:174 BW, aansprakelijk is voor de schade als gevolg van de val van

[appellant]

over een sproeikop, van de sproei-installatie, die ten onrechte nog boven het veld uitstak. Deze sproeikop bevond zich 5 á 10 meter van de zijlijn van het voetbalveld, waar de trainer aan zijn pupillen een uit te voeren manoeuvre instrueerde. Deze niet (volledig) ingedaalde sproeikop was niet goed zichtbaar, waardoor deze sproeikop, althans deze sproei-installatie waarvan de sproeikop onderdeel was, althans het betreffende voetbalveld een gevaar vormde. De vordering tegen OVO heeft de man gegrond op art. 7:954 BW (directe actie bij aansprakelijkheidsverzekering).

Omkeringsregel

De man heeft aangevoerd dat, kort gezegd, de omkeringsregel hier toegepast moet worden. De omkeringsregel houdt in dat indien door een als onrechtmatige daad of wanprestatie aan te merken gedraging een risico voor het ontstaan van schade in het leven is geroepen en dit risico zich heeft verwezenlijkt, daarmee het causaal verband tussen die gedraging en de aldus ontstane schade in beginsel is gegeven. Voor toepassing van deze regel is vereist dat sprake is geweest van een gedraging in strijd met een norm die strekt tot het voorkomen van een specifiek gevaar ter zake van het ontstaan van schade; degene die zich op schending van deze norm beroept dient aannemelijk te maken dat in het concrete geval het specifieke gevaar waartegen de norm bescherming beoogt te bieden zich heeft verwezenlijkt (vgl. HR 19 december 2008, LJN BG1890, NJ 2009, 28).

Uit de getuigenverklaringen kan niet afgeleid worden dat de trainer  is gevallen over een (niet ingedaalde) sproeikop. Uit telefonische informatie van de firma Aquaco volgt dat het mogelijk is dat er wel eens een sproeikop blijft hangen als er gras of zand tussenkomt, maar dan moet deze sproeikop wel ernstig vervuild zijn. Het is wel mogelijk door middel van een lichte druk de sproeikop terug te duwen. Als een kop boven de grond uitsteekt dan valt deze, gezien zijn afmetingen, zeer zeker op. Uit het rapport van Dekra volgt voorts dat er op 3 mei 2005 twee sproeikoppen op het Wetraveld zijn vervangen. Op 18 juli 2005 zijn er werkzaamheden verricht aan de beregeningspomp. Nadien zijn er geen (herstel)werkzaamheden meer verricht aan de sproeikoppen, ook niet vlak na 26 september 2005 zoals de gemeente en OVO onbestreden hebben aangevoerd.

Uit de hierboven weergegeven informatie en verklaringen volgt dat er weliswaar een (theoretische) mogelijkheid is dat een sproeikop niet indaalt (vooral als er sprake is van ernstige vervuiling van de sproeikop), maar niemand heeft dat ooit gezien en slechts eenmaal wordt zo’n incident genoemd. De positieve verklaringen hierover (van

[getuige 3], “van horen zeggen”) en de heren [getuige 4] en [getuige 5]

(ooit eenmaal) zijn te weinig specifiek om daaruit te kunnen concluderen dat er een storing moet zijn geweest aan een sproeikop in het Wetraveld op 27 september 2005, waardoor deze boven het veld uitstak én waarover de trainer is gevallen. Het hof heeft geen aanwijzingen kunnen vinden dat er sprake is geweest van gebrekkig onderhoud aan het Wetraveld en/of de sproei-installatie.

Niet voldoende bewijs

Ook alle voornoemde omstandigheden tezamen gewogen en in onderling verband gezien, kunnen niet leiden tot de conclusie dat de trainer op 26 september 2005 ten val is gekomen doordat hij viel over een niet ingedaalde sproeikop op het voetbalveld. In dit kader merkt het hof op dat  de trainer er niet in is geslaagd te bewijzen dat hij over een sproeikop is  gevallen, hoe ingrijpend de gevolgen van de val ook voor hem ook mogen zijn en hoe lastig zijn bewijspositie ook is (dit laatste geldt overigens ook voor de gemeente en OVO). Deze omstandigheden kunnen evenmin leiden tot de conclusie leiden dat de trainer wél (voorshands) geslaagd is in het leveren van afdoende bewijs van zijn stelling.

Terug