Klantbeoordeling 9.0/10
Nu tot 22.00 uur bereikbaar! 036 522 0342 info@ridder-letselschade.nl

036 522 0342

Bereikbaar tot 22:00!

Afspraak maken

Gratis advies gesprek

Doe de letselschadetest

Gebruik de onderstaande test om te beoordelen of u in aanmerking komt voor een letselschadeclaim. Binnen 5 min heeft u een uitslag.

Doe de test

  • Pleidooi voor Smartengeld databank

  • Verzekeraars hebben de sleutel in handen voor betere regeling van letselschade!

  • Aansprakelijkheid ouders Tristan van der V.

Letselschade claim via deelgeschil afgewezen

12 Februari, 2011 10:19

De sector Kanton van de rechtbank Maastricht heeft een vordering afgewezen die in het kader van de nieuwe deelgeschillenregeling was ingebracht. Ook de vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten die met het deelgeschil waren gemoeid, werd afgewezen. De Kantonrechter oordeelde dat hier een bodemprocedure op zijn plaats was geweest vanwege het scala aan geschilpunten dat partijen verdeeld hield en dat de kosten en tijd van de procedure niet zouden opwegen tegen het belang van de verzoeker . . . .

 Letselschade na ongeval wasstraat

De verzoeker in deze kwestie is op 22 december 1998, in dienst van de verweerster, uitgegleden in de wasstraat van verweerster. Als gevolg hiervan heeft hij letselschade opgelopen en is hij voor 80% tot 100% afgekeurd. De verzekeraar van verweerster, Bovemij, heeft de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. Partijen zijn in de periode 2002 tot en met 2005 overeengekomen voorlopig de (im)materiële schade tot 1 juli 2008 af te handelen, waarna Bovemij € 145.500,-- aan verzoeker ter beschikking heeft gesteld. De gemachtigde van verzoeker heeft in het voorjaar van 2008 de correspondentie met Bovemij hervat. Bovemij wenst zonder nader medisch onderzoek niets meer aan verzoeker te betalen.

De verzoeker wil nu, dat zijn voormalig werkgever hem alsnog, zonder nader medisch onderzoek, zijn verlies van arbeidsvermogen uitbetaalt. Dat is door een rekenbureau begroot op ongeveer € 287.350,00. Aan zijn verzoek legt verzoeker ten grondslag dat hij op grond van in het verzoekschrift uitgebreid omschreven argumenten niet nogmaals onderwerp van nader medisch onderzoek wenst te zijn. Op zijn verzoek is door een rekenbureau zijn verlies van arbeidsvermogen over de periode 1 juli 2008 tot de datum van zijn pensionering, 1 april 2026, becijferd op voormeld bedrag.

Kort gezegd voert verweerster aan dat verzoeker ondanks eerder gemaakte afspraken weigert om medewerking te verlenen aan noodzakelijke en medische onderzoeken ter vaststelling van zijn verlies van arbeidsvermogen. Tevens voert zij gemotiveerd aan dat in casu geen sprake is van een deelgeschil. Ook betwist zij de berekening door het rekenbureau.Verweerster verzoekt verzoeker niet ontvankelijk te verklaren, respectievelijk het verzoek af te wijzen, of een veroordeling te beperken tot het verlies arbeidsvermogen voor de komende twee tot drie jaar.

Wet Deelgeschillen

Verzoeker heeft zich tot de rechtbank gewend met een verzoek als bedoeld in artikel 1019w van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). In genoemd artikel is de mogelijkheid van een deelgeschilprocedure in letsel- en overlijdensschadezaken opgenomen. De rechter dient te beoordelen of er sprake is van een deelgeschil dat zich leent voor behandeling in de deelgeschilprocedure. Tussen partijen is in geschil of er sprake is van een dergelijk geschil. Indien dit niet het geval is dient het verzoek afgewezen te worden. 

De regeling van de deelgeschilprocedure is bedoeld om de afhandeling van letsel- en overlijdensschadeclaims in het buitengerechtelijke traject te bevorderen en partijen een instrument te geven om de impasse in de buitengerechtelijke onderhandelingen te doorbreken en terug te keren naar de buitengerechtelijke onderhandelingen om het schaderegelingstraject definitief af te kunnen ronden. Betrokkenen wordt daartoe een eenvoudige en snelle toegang tot de rechter geboden ter bevordering van de totstandkoming van een minnelijke regeling. Er is sprake van een deelgeschil dat voor behandeling in de deelgeschilprocedure in aanmerking komt indien het verzoek een geschil betreft over een deel van hetgeen tussen partijen rechtens geldt in verband met de vordering zoals die zou luiden indien de zaak ten principale aanhangig zou zijn gemaakt en waarvan beëindiging bij kan dragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst over de vordering. Indien partijen daar niet in slagen kunnen zij alsnog de gehele zaak aan de rechter voorleggen in een bodemprocedure in eerste aanleg. 

De kantonrechter stelt vast dat het verzochte zich niet beperkt tot beslissing van een deelvraag maar geformuleerd is als het petitum in een bodemprocedure. De -wat gezochte- omstandigheid dat verzoeker de beslissing omtrent de kosten buiten rechte buiten het verzoek heeft gehouden maakt dit niet substantieel anders. Reeds om deze reden is er geen sprake van een deelgeschil dat zich leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure zodat het verzoek afgewezen dient te worden. 

Indien al ruimte gevonden zou worden om in het kader van het verzochte de ter zitting gebleken debatpunten tussen partijen -al dan niet na nadere bewijsvoering of wisseling van stukken- te beoordelen en daarover te beslissen krijgt de onderhavige procedure (wat betreft inhoud en tijdsduur) het karakter van een bodemprocedure. Dit past niet bij de ratio en het doel van de deelgeschilprocedure, zoals hiervoor weergegeven. Daaraan doet niet af dat de wetgever de mogelijkheid van meerdere deelprocedures in hetzelfde geschil open heeft gelaten, nu zich hier immers de situatie voordoet waarin er geen sprake is van meerdere deelprocedures in hetzelfde geschil doch veelal van nagenoeg alle deelgeschillen in één deelprocedure. De kantonrechter slaat daarbij ook acht op de omstandigheid dat er in beginsel geen hoger beroep tegen de beslissing in het deelgeschil openstaat, doch dezelfde onderwerpen onder omstandigheden in een bodemprocedure opnieuw aan de orde kunnen worden gesteld. Mede gelet op het principiële en verstrekkende karakter van enkele van de ter zitting gebleken debatpunten, zoals de vraag omtrent de verjaring van het verzochte en de vraag of in het kader van al dan niet gemaakte afspraken tussen partijen in 2006 door de verzekeraar terecht aangedrongen wordt op nadere (medische en/of arbeidsdeskundige) beoordeling van de klachten is het hoogst onwaarschijnlijk dat de beslissing op het verzochte uiteindelijk zal leiden tot een succesvolle totstandkoming van een buitengerechtelijke regeling. Gelet op het hiervoor geschetste wegen de kosten en tijdsduur van de deelprocedure niet op tegen het belang.

Buitengerechtelijke kosten van het deelgeschil

Op voet van artikel 1019aa Rv dient de rechter de kosten van de behandeling van het verzoek aan de zijde van verzoeker te begroten, waarbij alle redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96, tweede lid BW in aanmerking moeten worden genomen. Het dient daarbij te gaan om kosten welke in redelijkheid gemaakt zijn en de hoogte van die kosten dient eveneens redelijk te zijn. De kantonrechter wijst de kosten af, nu niet blijkt dat ze in redelijkheid zijn gemaakt. Gelet op al het vorenstaande had een bodemprocedure in de huidige stand van het debat tussen partijen voor de hand gelegen.

Commentaar

Ik weet niet hoe het u vergaat bij lezing van deze uitspraak, maar ik begrijp niet waarom de rechtbank geen antwoord heeft gegeven op het verzoek de schade wegens verlies van arbeidsvermogen toe te kennen zonder dat een nadere medische beoordeling nodig zou zijn geweest. Dat was toch de kern van de zaak., namelijk moet dit letselschadeslachtoffer zich nogmaals onderwerpen aan een of meerdere medische onderzoeken voordat kan worden bepaald of er causaal verband bestaat tussen ongeval en verlies van arbeidsvermogen, of hoeft dat niet omdat het uit het beschikbare feitenmateriaal al kan worden afgeleid?

Nu lees ik dat het belang (van bijna 3 ton!) kennelijk niet opweegt tegen de kosen en moeite in de deelgeschilprocedure. Onbegrijpelijk, zeker als wordt bedacht dat niet in alle geschilpunten die partijen verdeeld houden, in een deelgeschilprocedure duidelijkheid hoeft te komen. Al is er maar 1 geschilpunt opgelost, dan kunnen partijen weer verder om te trachten de hele zaak via een vaststellingsovereenkomst te regelen.

Onbegrijpelijk ook dat de Kantonrechter de vordering wegens buitengerechtelijke kosten van de procedure afwees omdat hij meende dat hier een bodemprocedure geëigend was en niet een deelgeschil. Ik vraag mij overigens wel af hoe het verzoekschrift er in deze zaak heeft uitgezien, want ik vind de uitspraak wat vaag op overige gebieden. Heeft verjaring nou wel of geen rol gespeeld in deze zaak? Waren er nou nog (veel) meer geschilpunten die wel aan de orde zijn gekomen maar niet in het verzoekschrift zijn opgenomen?

Terug