Klantbeoordeling 9.0/10 Nu tot 22.00 uur bereikbaar! 036 522 0342 info@ridder-letselschade.nl

036 522 0342

Bereikbaar tot 22:00!

Afspraak maken

Gratis advies gesprek

Doe de letselschadetest

Gebruik de onderstaande test om te beoordelen of u in aanmerking komt voor een letselschadeclaim. Binnen 5 min heeft u een uitslag.

Doe de test

  • Leeftijdswelvaart resulteert in hogere schadepost

  • Whiplash: wat je niet ziet bestaat vaak wel

Reaal gebonden aan deskundigenrapport

7 Mei, 2012 11:24

De rechtbank Maastricht heeft op 1 maart 2012 (gepubliceerd 2 mei 2012) in een deelgeschilprocedure bepaald dat Reaal gehouden is aan de inhoud van een drietal deskundigenberichten. Partijen zijn in algemeenheid gebonden aan een deskundigen­bericht, indien zij overeenstemming hebben bereikt over de persoon van de deskundige en de vraagstelling. Wel mogen beide partijen naar aanleiding van een deskundigenbericht op- en aanmerkingen maken en aanvullende vragen stellen aan de deskundige.

Het verkeersongeval

De verzoeker is op 26 oktober 2001 bij een verkeersongeval in Duitsland betrokken geweest. Reaal is de Nederlandse vertegenwoordiger van de aansprakelijke Duitse verzekeraaar. Het slachtoffer stelt dat hij na het ongeval lichamelijke klachten heeft ontwikkeld, die het gevolg zijn van het ongeval. Het gaat dan om pijnklachten in de linkerzijde van de onderrug, tintelingen in zijn linker arm en linker hand met een doof gevoel in de duim, wijsvinger en middelvinger, voortdurende hoofdpijnklachten. Ook klaagt hij over duizeligheid, braken en nekklachten. Voorts stelt hij cognitieve klachten te hebben in de vorm van concentratiestoornissen en problemen met het geheugen.

Deskundigenberichten

Partijen zijn uiteindelijk overeengekomen een neurologische rapportage in te winnen. Op voorstel van Reaal is een bepaalde neuroloog door partijen verzocht een neurologisch onderzoek te verrichten en rapport uit te brengen. Partijen zijn verder overeengekomen dat wanneer een aanvullend neuropsychologisch onderzoek aangewezen werd geacht, een dergelijk onderzoek kon worden aangevraagd.  Op 20 juni 2008 heeft de bewuste neuroloog zijn rapport uitgebracht. Omdat hij kennelijk een aanvullend onderzoek op het gebied van de neuropsychologie nodig vond, heeft hij dat laten uitvoeren. Dat onderzoek is uitgevoerd door een neuropsycholoog. Haar rapportage dateert van 29 oktober 2007. Zij concludeert onder andere dat bij de man ook belangwekkende psychiatrische problemen moeten spelen in de vorm van somatisatie en vermoedelijk ook persoonlijkheidsproblematiek.

Vanwege deze bevindingen zijn de partijen overeengekomen ook een psychiatrisch onderzoek te laten uitvoeren. Partijen zijn overeengekomen dit onderzoek te laten uitvoeren door een bepaalde psychiater, die op 14 september 2009 heeft gerapporteerd. Het slachtoffer stelt zich op het standpunt dat uit de inhoud van de deskundigenberichten en het commentaar van de medisch adviseurs voldoende duidelijk volgt dat zijn letselschade en de daaruit voortvloeiende materiële en immateriële schade in causaal verband staan met het verkeersongeval op 26 oktober 2001. Reaal betwist dat.

Volgens  het slachtoffer heeft zijn medisch adviseur aan Reaal het voorstel gedaan om op- en aanmerkingen over/op het rapport van de psychiater aan deze voor te leggen. De medisch adviseur van Reaal heeft daar niet op gereageerd, maar in plaats daarvan eenzijdig om een second-opinion verzocht. In deze second-opinion wordt gesteld dat er aanvullende vragen moeten worden gesteld. De man stelt zich op het standpunt dat het thans nog stellen van aanvullende vragen aan de artsen of het aanzoeken van een andere neuroloog niet aan de orde kan zijn, omdat de kwaliteit van het onderzoek van de neuroloog goed is en er sinds de afronding van de neurologische rapportage bijna drie jaar zijn verlopen, terwijl de medisch adviseur van Reaal het deskundigenbericht al op 14 juli 2008 heeft becommentarieerd en geen, dan wel onvoldoende op- en aanmerkingen had.

Deskundigenbericht is geen bindend advies

Reaal stelt dat de deskundigenberichten, op grond van de wijze waarop deze zijn tot stand gekomen, niet kunnen dienen als basis voor de verdere onderhandelingen tussen partijen over de vergoeding van de geleden schade. Volgens haar hebben de deskundigen Reaal niet in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken en voorafgaand aan de afgifte van hun rapportages verzoeken te doen. Verder stelt Reaal dat als partijen gezamenlijk opdracht hebben gegeven tot een medische expertise, waarbij overeenstemming over de persoon van de deskundige en de vraagstelling bestaat, het expertiserapport op een lijn kan worden gesteld met een door de rechter opgedragen deskundigenbericht. Dat brengt volgens Reaal met zich dat aan de totstandkoming van een dergelijk rapport ook de eisen mogen worden gesteld die aan een door de rechter opgedragen deskundigenbericht mogen worden gesteld. De belangrijkste regel is daarbij dat een deskundige verplicht is om partijen in de gelegenheid te stellen tot het maken van opmerkingen en het doen van verzoeken. Verder stelt Reaal dat het niet zo is dat wanneer partijen het eens zijn over de persoon van de deskundige en de te stellen vragen het uitgebrachte rapport als bindend advies tussen hen moeten worden beschouwd. Aangezien de deskundigen Reaal in het onderhavige geval niet in de gelegenheid hebben gesteld tot het maken van opmerkingen en het doen van verzoeken voorafgaand aan de afgifte van hun rapportages, moeten de rapportages terzijde worden gelegd. Als consequentie daarvan moeten volgens Reaal nieuwe deskundigen worden benoemd.

Visie rechtbank

Gelet op de samenhang van de verzoeken in conventie en in reconventie, zal de rechtbank deze verzoeken gezamenlijk behandelen. De geschillen in conventie en in reconventie komen in essentie neer op de vraag of de uitgebrachte deskundigenberichten als uitgangspunt moeten/kunnen worden genomen bij de onderhandelingen tussen partijen over de hoogte van de geleden schade.

De rechtbank stelt voorop dat ook in het geval een deskundige in overleg tussen partijen wordt aangewezen en aan deze vragen worden voorgelegd waarover partijen overeenstemming hebben bereikt, partijen het recht hebben om naar aanleiding van een rapportage op- en aanmerkingen te maken en aanvullende vragen aan de deskundige te stellen, waarop de deskundige dient te reageren. Dit volgt uit het ook in een dergelijk geval te eerbiedigen beginsel van hoor- en wederhoor. Vast staat dat Reaal niet in de gelegenheid is geweest op- en aanmerkingen te maken op de rapportage van de deskundigen dan wel aan hen aanvullende vragen te stellen of verzoeken te doen. In zoverre is het door Reaal gedane beroep op het beginsel van hoor- en wederhoor terecht gedaan. Dat leidt echter niet tot toewijzing van een van de tegenverzoeken van Reaal. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Rechtsverwerking

Uit de reactie van Reaal op de rapportages, blijkt niet dat Reaal heeft gevraagd om aanvullende vragen aan de deskundigen te mogen stellen of verzoeken aan hen te doen. Wel blijkt uit dat advies dat Reaal kanttekeningen plaatst bij diverse conclusies van de deskundigen. De rechtbank is dus, net zoals de verzoeker, van oordeel dat het niet aangaat dat Reaal thans, ruim drie jaar na de totstandkoming van de rapportages en drie jaar na voormeld medisch advies, nog verzoekt om aanvullende vragen te mogen stellen, dan wel verzoekt dat andere deskundigen worden benoemd.Door niet eerder daarom te verzoeken, heeft Reaal haar rechten te dien aanzien verwerkt. Niet onbelangrijk in dat verband is dat Reaal een professionele partij is, die bovendien uit hoofde van haar activiteiten moet worden geacht op de hoogte te zijn van haar rechten en plichten in verband met het (laten) opstellen van een deskundigenbericht en het belang van een tijdige reactie op dergelijke berichten. Het slachtoffer heeft ter mondelinge behandeling ook onbetwist gesteld dat het in de praktijk niet ongebruikelijk is dat indien een deskundige heeft gerapporteerd, in overleg tussen de medisch adviseurs van partijen aan een deskundige wordt gevraagd nader te rapporteren, zodat ook na een definitieve rapportage die mogelijkheid nog bestaat.

Naar aanleiding van het commentaar van de medisch adviseur van Reaal op het rapport van de psychiater, stelt de medisch adviseur van de man voor om, indien de medisch adviseur van Reaal op- of aanmerkingen heeft, aanvullende vragen te laten stellen aan de deskundige. De medisch adviseur van de man verzoekt de medisch adviseur van Reaal om diens – van de medisch adviseur van Reaal – opmerkingen op het rapport in de vorm van aanvullende vragen aan de deskundige voor te leggen. Reaal stelde in reactie daarop voor een second-opinion in te winnen – hetgeen zij uiteindelijk op haar eenzijdig initiatief heeft gedaan – dan wel om de zaak bij wege van bindend advies voor te leggen aan een niet bij partijen betrokken medisch adviseur. Gelet hierop heeft Reaal de mogelijkheid om aanvullende vragen te stellen aan de derde expertisearts willens en wetens aan zich voorbij laten gaan. Van schending van het beginsel van hoor en wederhoor is derhalve geen sprake In dit licht gaat het niet aan dat Reaal thans nog verzoekt om aanvullende vragen te mogen voorleggen aan de deskundige of om een andere deskundige te benoemen. Zij heeft haar rechten ook te dien aanzien verwerkt. Uit het vorenstaande volgt dat de verzoeken in reconventie van Reaal moeten worden afgewezen.

Schadevaststelling

Derhalve is Reaal bij de vaststelling van de hoogte van de schade gebonden aan de drie deskundigen rapporten die in deze zaak zijn uitgebracht. De rechtbank is van oordeel dat indien partijen overeenstemming hebben bereikt over het aanzoeken van een deskundige, partijen zich ertoe verbinden om de rapportage van de ingeschakelde deskundige in beginsel als uitgangspunt te nemen. Er is geen aanleiding om van dat uitgangspunt af te wijken, nu de rapportages toereikend zijn om als uitgangspunt te dienen voor de verdere schadeafhandeling en de rapportages inhoudelijk en ook wat betreft de wijze van totstandkoming voldoen aan de eisen die daaraan redelijkerwijs mogen worden gesteld. Er is evenmin aanleiding voor een nieuw onderzoek, nu partijen invloed hebben kunnen uitoefenen op de persoon van de deskundigen, de aan dezen verstrekte informatie, de gestelde vragen en Reaal haar recht om op eventuele onduidelijkheden in de rapportages te reageren door middel van het stellen van aanvullende vragen, het maken van opmerkingen of het doen van verzoeken heeft verwerkt.

Conclusie

Dus, het verzoek van het slachtoffer wordt toegekend en de tegenvordering van Reaal wordt afgewezen. Reaal is dus aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval en bij het begroten van de letselschade moeten de drie deskundigenrapporten als uitgangspunt dienen. Er hoeven geen nieuwe onderzoeken te worden aangevraagd en geen aanvullende vragen meer te worden gesteld. Door drie jaar stil te zitten heeft Reaal zijn rechten daarop, verwerkt.

Terug