Klantbeoordeling 9.0/10
Nu tot 22.00 uur bereikbaar! 036 522 0342 info@ridder-letselschade.nl

036 522 0342

Bereikbaar tot 22:00!

Afspraak maken

Gratis advies gesprek

Doe de letselschadetest

Gebruik de onderstaande test om te beoordelen of u in aanmerking komt voor een letselschadeclaim. Binnen 5 min heeft u een uitslag.

Doe de test

  • Pleidooi voor Smartengeld databank

  • Verzekeraars hebben de sleutel in handen voor betere regeling van letselschade!

  • Aansprakelijkheid ouders Tristan van der V.

Scooterrijdster valt doordat fietser geen voorrang verleent, fietser volledig aansprakelijk?

3 Juni, 2016 17:19

Een scooterrijdster valt en breekt haar enkel nadat zij plotseling moest remmen om een fietser te ontwijken. Deze fietser gaf haar geen voorrang en reed onverlicht rond. Is de fietser volledig aansprakelijk voor de schade van de scooterrijdster? Lees in dit blogbericht wat de uitspraak van de rechter is.

Feiten

Op 10 augustus 2014 reed de scooterrijdster op de Gezichtslaan, een voorrangsweg in Bilthoven. Zij is rond 23:00 uur ten val gekomen en heeft haar enkel gebroken omdat zij plotseling moest remmen voor een fietser om een aanrijding te voorkomen. Deze fietser kwam vanaf de Albert Cuyplaan en reed de Gezichtslaan op, waarbij hij het stopbord en de stopstreep op de Albert Cuyplaan heeft genegeerd. Ook reed de fietser onverlicht rond en was er sprake van een nat wegdek.  De scooterrijdster is, naar het zich laat aanzien, blijvend ongeschikt voor haar werk als Eerste Verantwoordelijke Verzorgende.

Fietser wordt aansprakelijk gesteld

De scooterrijdster stelt de fietser aansprakelijk voor de geleden schade en vordert dat de fietser 100% aansprakelijk is voor de schade. De scooterrijdster vordert een schadevergoeding van € 3000,-.

De scooterrijdster baseert haar vordering op grond van artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad). Zij meent dat er sprake is van een onrechtmatige daad doordat de fietser, komend vanaf de Albert Cuyplaan, geen voorrang heeft verleend. Ook heeft de fietser het stopbord genegeerd.

Beoordeling rechter

In principe geldt bij dit soort situaties artikel 185 Wegenverkeerswet. Omdat de scooterrijdster, als gemotoriseerde verkeersdeelnemer, schadevergoeding vordert van de fietser die natuurlijk ongemotoriseerd was, moet een ander echter beoordeeld worden aan de hand van artikel 6:162 BW, waarbij geldt dat artikel 185 WVW wel reflexwerking heeft. Dit houdt in, dat bij een aanrijding tussen een motorrijtuig en een fietser waarbij schade wordt toegebracht aan de bestuurder van het motorrijtuig of aan het motorrijtuig zelf, de schade, óók als de fietser schuld heeft aan de aanrijding, in beginsel voor een gedeelte voor rekening blijft van de eigenaar van het motorrijtuig, behalve als er sprake is van overmacht aan de zijde van de gemotoriseerde.

De scooterrijdster is van mening dat er sprake is van overmacht omdat haar geen enkel verwijt gemaakt kan worden. Volgens vaste jurisprudentie slaagt een beroep op overmacht alleen als aan de bestuurder van het motorvoertuig rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt van de wijze waarop hij aan het verkeer heeft deelgenomen, omdat het ongeval uitsluitend is te wijten aan fouten van een ander, welke fouten voor de bestuurder zo onwaarschijnlijk zijn dat de bestuurder bij het bepalen van zijn verkeersgedrag met die mogelijkheid naar redelijkheid geen rekening behoefde te houden. Er kan geconcludeerd worden dat er niet snel sprake is van overmacht.

De rechter oordeelt dat er geen sprake is van overmacht. Het niet verlenen van voorrang is immers niet een zo onwaarschijnlijke fout dat de scooterrijdster daarmee bij het bepalen van haar verkeersgedrag in redelijkheid geen rekening hoefde te houden. Zij had met andere woorden haar snelheid zodanig moeten minderen dat zij, rekening houdend met dergelijke verkeersfouten, haar scooter op tijd en zonder te vallen tot stilstand kon brengen.

Nu het beroep op overmacht niet slaagt moet beoordeeld worden voor welk deel de vordering van de scooterrijdster toewijsbaar is op grond van de causaliteitverdeling en/of de billijkheidcorrectie op grond van artikel 6:101 BW. Het hierbij om de vraag in welke mate enerzijds het weggedrag van de fietser en anderzijds de manier van rijden door de scooterrijdster aan het ontstaan van het ongeval hebben bijgedragen.

De rechter oordeelt dat het niet verlenen van voorrang door de fietser, door een stopbord te negeren, zwaar weegt. Ook het feit dat zijn fiets niet verlicht was, heeft bijgedragen aan het ongeval. Dit leidt tot de slotsom dat de fout van de fietser voor 90% aan het ontstaan van de schade heeft bijgedragen en de rijwijze van de scooterrijdster voor 10%. De fietser moet dus 90% van de schade van de scooterrijdster betalen en kan maar 10% van zijn eigen schade bij de tegenpartij claimen.

Zelf letselschade opgelopen?

Heeft u zelf letselschade opgelopen na een ongeval met de scooter en wilt u weten of u in aanmerking komt voor een schadevergoeding? Neem dan contact op met één van onze letselschadespecialisten. Wij zijn te bereiken op 036 522 0342 of info@ridder-letselschade.nl.

Terug