Klantbeoordeling 9.0/10 Nu tot 22.00 uur bereikbaar! 036 522 0342 info@ridder-letselschade.nl

036 522 0342

Bereikbaar tot 22:00!

Afspraak maken

Gratis advies gesprek

Doe de letselschadetest

Gebruik de onderstaande test om te beoordelen of u in aanmerking komt voor een letselschadeclaim. Binnen 5 min heeft u een uitslag.

Doe de test

  • Aansprakelijkheid ouders Tristan van der V.

  • Leeftijdswelvaart resulteert in hogere schadepost

Smartengeld op 'oude' manier vastgesteld

17 September, 2013 12:54

Smartengeld

Het Hof in Den Bosch heeft de vergoeding van smartengeld op de 'oude' manier vastgesteld. Dat blijkt uit het arrest van 3 september 2013. In deze zaak was sprake van een busongeval in 2005, waarbij een slachtoffer een gebroken rugwervel opliep. Het Hof achtte het smartengeld van € 17.500,00 toewijsbaar, maar wilde niets weten van toepassing van nieuwe methoden voor de begroting van smartengeld.

Er was in eerste instantie gevorderd aan smartengeld € 35.000,00, waar door de reisorganisatie slechts € 1500,00 - € 2.500,00 was aangeboden. De rechtbank had in eerste instantie € 10.500,00 toegewezen. Het hof acht de formules ter bepaling van het smartengeld, die zijn genoemd in de artikelen in Verkeersrecht 2012-3 nog onvoldoende ontwikkeld om toepassing te kunnen laten vinden. Bovendien leiden de beide methoden tot grote verschillen in uitkomst.

Blijvende invaliditeit

Volgens het slachtoffer stond het toegewezen bedrag in geen verhouding tot de geleden immateriële schade. Zij stelt dat ze tot het ongeval naast de huishoudelijke arbeid het onderhoud van huis en tuin verzorgde, terwijl ze daarin na het ongeval ernstig is beperkt. Zij moet zich bovendien door een kapster laten kappen, doordat ze dat niet meer zelf kan. Zij is in haar reizen en mobiliteit beperkt doordat ze niet meer kan fietsen door de rugklachten en verkeersangsten. Autorijden levert zoveel angst op dat ze liever thuis blijft, hetgeen heeft geleid tot sociaal isolement. De psychische component voor de functionele invaliditeit wordt door de medisch adviseur geschat op 15%, hetgeen volgens de AMA, gecombineerd met het door de orthopedisch chirurg vastgestelde percentage van 22 % - een totaal percentage invaliditeit van 30% betekent.

Volgens het slachtoffer moet er per procent blijvende functionele invaliditeit een bedrag van minimaal € 1.200,00 worden toegekend. Zij wijst erop dat het in Nederland toegekende smartengeld bescheiden afsteekt tegenover de ons omringende landen. De hoogte van het smartengeld dient mee te groeien met de veranderende inzichten en omstandigheden, aldus het slachtoffer.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.  Het slachtoffer neemt tot uitgangspunt een functionele invaliditeit van 30%, waarbij zij zich baseert op een advies van haar medisch adviseur. Uit dit advies blijkt niet dat hij haar zelf heeft onderzocht. Hij heeft zijn schatting kennelijk uitsluitend gebaseerd op de klachten – niet duidelijk is welke dat zijn – en het feit dat de posttraumatische stressstoornis recidiveerde. Vervolgens heeft hij een theoretische berekening gemaakt. Het hof is van oordeel dat deze berekening onvoldoende is onderbouwd, zodat het hof dit advies niet zal volgen.

Post traumatische stress stoornis (PTSS)

Het hof gaat uit van de psychische gevolgen van het ongeval, te weten een posttraumatische stressstoornis, die aanvankelijk met succes is behandeld, maar naderhand – eind 2006 - opnieuw problemen heeft opgeleverd. Hoe ernstig die opnieuw optredende problemen waren en tot wanneer die zich hebben voorgedaan is niet gesteld, laat staan onderbouwd. Bij de comparitie van partijen op 2 juni 2009 heeft het slachtoffer verklaard dat zij niet meer onder behandeling is geweest voor psychische problemen, omdat ze de groepstherapie, waarvoor ze was uitgenodigd, niet wilde volgen. Ze is niet naar een andere hulpverlener gegaan. Zij verklaarde dat ze de psychische problemen ten tijde van de comparitie nog steeds had, niet alle dagen, maar wel als ze bijvoorbeeld een ongeluk zag en bij de behandeling van haar zaak. Zij verklaarde dat ze niet meer met een bus durfde te reizen. Dat laatste sluit aan bij hetgeen vermeld is in het deskundigenrapport van 30 juni 2010. Uit het een en ander leidt het hof af dat aanvankelijk sprake was van ernstige psychische problematiek, maar dat de ernst daarvan inmiddels is afgenomen en zich in 2010 beperkte tot het niet kunnen reizen per bus. Recentere informatie is niet voorhanden.

Dat de gebroken rugwervel een functionele invaliditeit van 22 % teweeg gebracht heeft, volgt uit het rapport van de orthopedisch chirurg. Het hof gaat er ook van uit dat de vrouw hierdoor pijn heeft ondervonden en mogelijk nog steeds ondervindt.

Verkeersrecht

Het slachtoffer heeft verwezen naar artikelen in Verkeersrecht 2012-3, waarin formules zijn opgenomen op basis waarvan een smartengeld zou kunnen worden vastgesteld. Het hof acht die methode nog onvoldoende ontwikkeld en daarbij komt dat de beide methoden waarnaar wordt verwezen, leiden tot grote verschillen in uitkomst. Het hof zal de gevolgen van het ongeval in aanmerking nemen en rekening houden met vergelijkbare gevallen. Het hof houdt rekening met de functionele invaliditeit van 22%, de pijn die het gevolg is van de gebroken rugwervel, de beperkingen die de aandoening voor het slachtoffer en ook voor haar hobby’s meebrengt en de psychische problemen die zij heeft ondervonden, waarbij het hof ervan uitgaat dat die thans nog een beperkte rol spelen. Het hof komt dan tot een hoger bedrag dan de rechtbank heeft vastgesteld. Het hof bepaalt het smartengeld op € 17.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het ongeval, 9 juli 2005.

Buitengerechtelijke kosten

Ten aanzien van de vergoeding van de buitengerechtelijke kosten, overweegt het hof het volgende. Die kosten moeten op basis van BW art. 6:96 BW worden beoordeeld.  De reisorganisator heeft onder meer aangevoerd, dat het hier gaat om juridische kosten die zijn gemaakt in de gebruikelijke aanloop tot de procedure. Zij stelt voorts dat er extreem veel werkzaamheden en kosten zijn opgevoerd die niet in verhouding kunnen staan met de arbeid die redelijkerwijs kan zijn verricht. Het hof volgt deze verweren niet en is met het slachtoffer van mening dat de rechtbank een gekunsteld en onjuist onderscheid heeft gemaakt tussen gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten. De volledige factuur kan als buitengerechtelijke kosten worden aangemerkt en komt dus voor vergoeding in aanmerking.

Wettelijke rente over buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar vanaf de datum dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt, dus nadat de factuur is betaald, en niet vanaf het moment van het verzenden van de factuur betreffende die kosten. Wanneer de  kosten zijn gemaakt, heeft het slachtoffer niet gesteld. Het hof zal de wettelijke rente om die reden net als de rechtbank over het bedrag voor buitengerechtelijke kosten toewijzen met ingang van 16 februari 2011.

Het Hof wijst toe:
- een bedrag aan smartengeld van € 17.500,00, (dat is € 7.000,00 meer dan in eerste aanleg is toegewezen);
- een bedrag inzake buitengerechtelijke kosten advocaat ten bedrag van € 6.636,72, derhalve € 5.478,72 meer dan in eerste aanleg is toegewezen.

Naschrift Mr. T. Ridder

Het is onbegrijpelijk dat de reisorganisatie in eerste instantie maar maximaal € 2.500,00 aan smartengeld heeft aangeboden. Eveneens is het aan de zeer karige kant dat de rechtbank maar € 10.500,00 wilde toekennen. Die bedragen staan in geen enkele verhouding tot het leed dat de vrouw is aangedaan. Gelukkig zijn er nog advocaten die dit soort bedragen in rechte willen aanvechten. Jammer is wel, dat het Hof geen enkele stap wil zetten naar een medernisering van toekenning van smartengeld. Formules zijn inderdaad vooralsnog niet bruikbaar, maar een ophoging van de bedragen zou ons land meer in de pas doen lopen met het buitenland.

Vragen over smartengeld?

Hebt u een vraag over smartengeld? Bel of mail ons gerust, wij zijn op werkdagen tot 22.00 uur beschikbaar voor een vrijblijvend antwoord op uw vraag. Bel 036 - 522 03 42 of doe de letselschadetest elders op deze site.

Terug