Klantbeoordeling 9.0/10
Nu tot 22.00 uur bereikbaar! 036 522 0342 info@ridder-letselschade.nl

036 522 0342

Bereikbaar tot 22:00!

Afspraak maken

Gratis advies gesprek

Doe de letselschadetest

Gebruik de onderstaande test om te beoordelen of u in aanmerking komt voor een letselschadeclaim. Binnen 5 min heeft u een uitslag.

Doe de test

  • Pleidooi voor Smartengeld databank

  • Verzekeraars hebben de sleutel in handen voor betere regeling van letselschade!

  • Aansprakelijkheid ouders Tristan van der V.

Voorschot smartengeld toegekend

8 September, 2010 15:52

De rechtbank te Dordrecht heeft een vordering in kort geding tot het betalen van een voorschot op het smartengeld, toegekend.

Ongeval met boot

Het slachtoffer is een man van nu 28 jaar oud. Hij is op 8 augustus 2008 van een snelle motorboot gevallen die bestuurd werd door de veroorzaker van de letselschade. Het slachtoffer heeft door het ongeval een incomplete dwarslaesie opgelopen en is van 8 tot en met 25 augustus 2008 opgenomen geweest in het MC Rotterdam en heeft daarna tot 19 januari 2009 in een revalidatiecentrum verder gerevalideerd.

De veroorzaker is voor, onder meer, zijn vaargedrag zowel in eerste aanleg als in hoger beroep strafrechtelijk veroordeeld. Het gerechtshof te ‘s Gravenhage heeft bij arrest van 20 juli 2010 bewezen geacht dat de man op 8 augustus 2008 te gemeente Binnenmaas, aanmerkelijk onvoorzichtig is geweest, terwijl hij onder invloed van alcoholhoudende drank verkeerde, als schipper van een snelle motorboot (speedboot), daarmee varende op de Binnen Maas, het slachtoffer niet heeft verboden om tijdens het varen op de punt van de boot te gaan staan. De man is, terwijl het slachtoffer op de punt van de boot stond, plotseling van koers veranderd tengevolge waarvan het slachtoffer in het water is gevallen en vervolgens onder de boot is terechtgekomen en in aanraking is gekomen met de schroef van de speedboot. Het is derhalve aan zijn schuld te wijten dat er zwaar lichamelijk letsel, te weten een incomplete dwarslaesie, is ontstaan.

De te vorderen letselschade

Ten tijde van het ongeval was

[eiser]

student Media- en entertainment management (HBO).  De brief van een revalidatiearts van de man luidt, voor zover relevant: 'Prognose: patiënt zal rolstoelafhankelijk blijven, waarbij er zeer misschien een beperkte loopfunctie met beugels binnenshuis en korte afstanden buitenshuis mogelijk zal worden, Verder verlopen mictie en seksuele functies niet optimaal. Er bestaat in de toekomst een verhoogd risico op decubitus en verder risico voor contracturen.

Het slachtoffer vordert samengevat en na intrekking ter zitting van een deel van zijn vordering - veroordeling van de veroorzaker tot betaling van € 25.000,00 aan voorschot op de letselschade, vermeerderd met rente en met veroordeling van de veroorzaker in de proceskosten. Hij stelt daartoe, kort gezegd, dat de veroorzaker op 8 augustus 2008 met zijn vaargedrag onrechtmatig jegens heeft gehandeld, althans is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de vervoersovereenkomst. De veroorzaker is daarom aansprakelijk voor de schade die het slachtoffer dientengevolge lijdt. De gezondheidsschade is zeer ernstig en van blijvende aard, er is rolstoelafhankelijkheid ontstaan, de man kan niet lopen of staan en slikt dagelijks medicijnen om zeer pijnlijke spasmen in zijn benen te verminderen. Ook het arbeidsvermogen is aangetast, nu hij zijn opleiding heeft moeten onderbreken en daardoor later de arbeidsmarkt zal betreden. Deze schade wordt begroot op € 17.459,00 netto voor een vertraging van één jaar. Het slachtoffer komt bovendien een bedrag aan smartengeld als compensatie van immateriële schade zoals pijn, leed en verdriet toe voor een bedrag van€ 65.000,00. De vordering tot betaling van een voorschot op de schade die het slachtoffer lijdt, is uit haar aard spoedeisend.

De beoordeling door de rechtbank

De gevorderde voorziening strekt tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is slechts dan plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling bij de afweging van de belangen van partijen aan toewijzing niet in de weg staat. Daarbij wordt aangenomen dat een schuldeiser in beginsel een spoedeisend belang heeft bij betaling van een opeisbare en niet voor serieuze betwisting vatbare geldvordering.

Met het arrest van 20 juli 2010 (zie 2.2.) staat voorshands vast dat er sprake is van een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht. Naar voorlopig oordeel is de kans aanzienlijk dat de bodemrechter zal oordelen dat de veroorzaker onrechtmatig jegens het slachtoffer heeft gehandeld en dat deze onrechtmatige daad hem kan worden toegerekend. Onweersproken staat vast dat de veroorzaker het slachtoffer niet heeft verboden om op de voorplecht te gaan staan en hem niet heeft gewaarschuwd toen hij van koers veranderde, terwijl de veroorzaker wist dat het slachtoffer geblowd had en alcohol had genuttigd. Voorts staat onweersproken vast dat de man door die verandering van koers van boord is gevallen. Dat deze verandering wellicht niet opzettelijk onverhoeds was, doet niet af aan de onrechtmatigheid van het niet verbieden en het niet waarschuwen. De stelling dat de man de schroef van de boot niet zou hebben geraakt, als hij het touw had losgelaten, begrijpt de rechter als een beroep op eigen schuld en doet aan de onrechtmatigheid van het handelen niet af. Dit betekent dat naar voorlopig oordeel de veroorzaker aansprakelijk te houden is voor de letselschade.

De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat er sprake is van eigen schuld, maar niet in die zin dat dit de gehele vergoedingsplicht wegneemt. Naar voorlopig oordeel zou de eigen schuld bestaan uit het op de voorplecht gaan staan terwijl hij had geblowd en gedronken. Het blijven vasthouden van het touw wordt aangemerkt als een noodreactie die naar verkeersopvattingen niet tot de risicosfeer van het slachtoffer behoort en daarmee niet tot zijn eigen schuld. De omstandigheid dat het slachtoffer geblowd had en alcohol had gedronken, weegt naar het oordeel van de voorzieningenrechter aanzienlijk minder zwaar dan de omstandigheden dat de schipper van de motorboot onder invloed van alcohol was en het slachtoffer niet heeft verboden om op de voorplecht te gaan staan noch heeft gewaarschuwd dat hij van koers ging veranderen terwijl hij wist dat hij geblowd had en alcohol had gedronken. Welk percentage de bodemrechter het slachtoffer ook aan eigen schuld zal toerekenen, gelet op het vorenstaande acht de voorzieningenrechter dit percentage voorshands lager dan 50%.

Toekenning letselschade

Het gevorderde voorschot aan schade wegens verlies aan arbeidsvermogen zal worden afgewezen. Immers, het slachtoffer betwist niet de stelling van de dader dat hij niets aan zijn studie deed, zodat in deze procedure het causaal verband tussen het ongeval en het verlies aan arbeidsvermogen niet aannemelijk is geworden. Wat betreft het gevorderde voorschot op smartengeld geldt als uitgangspunt dat iemand die als gevolg van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, lichamelijk letsel heeft opgelopen, recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding voor het door hem geleden nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. Daarbij moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden, in het bijzonder de aard en de ernst van het letsel en de gevolgen daarvan voor de betrokkene. Onweersproken staat vast dat het slachtoffer een incomplete dwarslaesie heeft en na een langdurige interne revalidatie thans nog aan het revalideren is. Uit de prognose van een revalidatiearts blijkt voorshands in voldoende mate dat de man rolstoelafhankelijk zal blijven en dat er een verhoogd risico is voor andere lichamelijke beperkingen. Gelet op de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, acht de voorzieningenrechter het begrote bedrag voorshands niet onaannemelijk.

De voorzieningenrechter acht de kans dat de bodemrechter het smartengeld zal begroten op een bedrag lager dan € 25.000,00 klein en de kans dat dit bedrag door de bodemrechter uiteindelijk op een (aanzienlijk) hoger bedrag zal begroten, groter. Gelet op de zeer ingrijpende gevolgen van het onderhavige ongeval, de tijd die sedert het ongeval is verstreken en mogelijk nog zal verstrijken voordat in de bodemprocedure een onherroepelijke uitspraak zal worden gedaan, acht de voorzieningenrechter een voldoende spoedeisend belang bij de vordering aanwezig. Gelet hierop en voorts op de aannemelijkheid dat in een bodemprocedure in elk geval het genoemde bedrag aan smartengeld zal worden toegewezen, staat het restitutie-risico aan toewijzing van de vordering niet in de weg. Dit betekent dat de vordering tot betaling van een voorschot op de letselschade alsmede de daarover gevorderde rente toewijsbaar zijn.

De rechtbank veroordeelt de veroorzaker tot betaling van het bedrag van € 25.000,00 als voorschot op de letselschade (smartengeld), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2008 tot de dag van algehele voldoening, alsmede tot vergoeding van de proceskosten.

Terug