Klantbeoordeling 9.0/10 Nu tot 22.00 uur bereikbaar! 036 522 0342 info@ridder-letselschade.nl

036 522 0342

Bereikbaar tot 22:00!

Afspraak maken

Gratis advies gesprek

Doe de letselschadetest

Gebruik de onderstaande test om te beoordelen of u in aanmerking komt voor een letselschadeclaim. Binnen 5 min heeft u een uitslag.

Doe de test

  • Leeftijdswelvaart resulteert in hogere schadepost

  • Whiplash: wat je niet ziet bestaat vaak wel

Wet Deelgeschillen niet voor SVI

14 Mei, 2011 10:36

De Wet Deelgeschillen, die sinds 1 juli 2010 van kracht is, geldt niet voor claims in het kader van de Schadeverzekering Inzittenden (SVI). Dat heeft de rechtbank Arnhem bepaald. De vraag was, is of de verzekeraar een (letselschade) uitkering aan de benadeelde moest uitkeren op grond van een ongevallenverzekering en een schadeverzekering voor inzittenden. De rechtbank acht de verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.

De aanrijding

De vrouw in kwestie is op 14 maart 2008 met haar auto tegen een voorligger aangereden. Zij heeft op grond van een ongevallenverzekering en een SVI die zij bij RVS had afgesloten, van RVS vergoeding van de letselschade gevraagd die zij als gevolg van het ongeval lijdt. RVS wees die vordering echter af omdat RVS van mening is dat er sprake is van verzekeringsfraude. RVS beroept zich op verklaringen en een videopname.

Het letsel

De verzoekster heeft een neuroloog gevraagd een rapport over haar letsel uit te brengen. De neuroloog concludeert onder meer dat sprake is van blijvende invaliditeit als rechtstreeks en uitsluitend ongevalsgevolg. Hij komt tot 12% blijvende invaliditeit.

Deelgeschil of niet?

Op grond van artikel 1019w lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is een deelgeschil een geschil tussen partijen waarbij een persoon een ander aansprakelijk houdt voor de schade die hij lijdt door dood of letsel, omtrent of in verband met een deel van hetgeen tussen hen rechtens geldt en waarvan de beëindiging kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst.

Gelet op de toelichting die tijdens de mondelinge behandeling van de verzoekster, vindt haar verzoek zijn oorsprong in de verplichtingen van RVS op grond van de ongevallenverzekering en de SVI. Het is niet, zoals uit het verzoekschrift op zichzelf wel zou kunnen worden afgeleid, gebaseerd op schade die zij stelt te lijden als gevolg van wanprestatie, althans onrechtmatige daad van RVS bestaande uit het (besluiten tot) observeren  en het maken van een video-opname Voor zover het verweer van RVS van deze laatste grondslag uitgaat slaagt het derhalve niet. Met het verweer van RVS doemt echter ook de vraag op of deze zaak wel gaat over 'aansprakelijk houden in de zin van artikel 1019w Rv.

De verzoekster maakt namelijk aanspraak op een schadevergoeding op grond van twee verzekeringsovereenkomsten. Zij wenst derhalve in wezen nakoming van de verbintenissen uit die overeenkomsten. Van wettelijke aansprakelijkheid is derhalve geen sprake. Uit de parlementaire geschiedenis van de Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade blijkt niet dat beoogd is een geschil over polisdekking ook onder de werking van die wet te brengen. Waar de rol van verzekeraars daarin aan bod komt, is dat steeds als verzekeraar van de aansprakelijke 'tegenpartij' en niet als verzekeraar van de benadeelde, het letselschade slachtoffer dus.

Een aanwijzing dat de deelgeschilprocedure niet is bedoeld voor het beslechten van contractuele geschillen kan daarnaast worden gevonden in artikel 1019w lid 3 Rv. Daarin is bepaald dat, in aanvulling op lid 1, ook een deelgeschilbeslissing kan worden verzocht indien de benadeelde op de voet van artikel 7:954 BW of uit hoofde van een aan hem door de wet toegekend eigen recht op schadevergoeding, betaling van een verzekeraar verlangt. Hierin ligt besloten dat de wetgever gevallen van wettelijke aansprakelijkheid voor ogen heeft gehad bij het ontwerpen van de Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade en niet de situatie dat de benadeelde uit hoofde van een verzekeringsovereenkomst (rechtstreeks) contractuele aanspraken jegens een verzekeraar te gelde wil maken.

De wetgever heeft bovendien de kosten van de benadeelde bij de behandeling van een deelgeschilverzoek aangemerkt als kosten bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW (Buitengerechtelijke kosten oftewel BGK). De afdeling waarin deze bepaling is opgenomen is niet toepasselijk in het geval de gestelde verbintenis tot schadevergoeding niet is gebaseerd op de wet maar, zoals hier aan de orde, op een (verzekerings-)overeenkomst. Dit is een reden te meer om de deelgeschilprocedure in het onderhavige geschil niet van toepassing te achten.

Third party en niet first party

Kortom, op grond van de Parlementaire Geschiedenis wordt geconcludeerd, dat de Wet Deelgeschillen niet van toepassing is op letselschade claims waarbij de basis is de verzekeringsovereenkomst (SVI) of ongevallenverzekering met een 'eigen' verzekeraar. Het moet dus gaan om een third party verzekering en niet om een first party verzekering. Hieraan doet niet af dat het hier om een aanspraak ter zake van letselschade gaat, en zoals is aangevoerd, de wijze van begroting van deze schade grote gelijkenissen vertoont met de wijze waarop letselschade wordt begroot waarvoor wettelijke aansprakelijkheid bestaat. De vezoeksgter wordt dan ook niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek.

Buitengerechtelijke kosten

Nu de verzoekster in haar verzoek niet ontvankelijk is verklaard, is geen ruimte voor een uitspraak over de vergoeding van de buitengerechtelijke kosten van de advocaat van de verzoekster. Die kosten zouden normaal gesproken als buitengerechtelijke kosten door RVS moeten worden betaald. Dat maakt het deelgeschil als instrument zo aantrekkelijk, vooral als de aansprakelijkheid helemaal is erkend. Immers, alle redelijke ksoten moeten dan worden vergoed, waardoor er niet hoeft te worden gewerkt met het puntensysteem. Omdat de verzoekster niet ontvankelijk is verklaard, kunnen de kosten van haar advocaat niet voor vergoeding in aanmerking komen.

Terug