Klantbeoordeling 9.0/10
Nu tot 22.00 uur bereikbaar! 036 522 0342 info@ridder-letselschade.nl

036 522 0342

Bereikbaar tot 22:00!

Afspraak maken

Gratis advies gesprek

Doe de letselschadetest

Gebruik de onderstaande test om te beoordelen of u in aanmerking komt voor een letselschadeclaim. Binnen 5 min heeft u een uitslag.

Doe de test

  • Pleidooi voor Smartengeld databank

  • Verzekeraars hebben de sleutel in handen voor betere regeling van letselschade!

  • Aansprakelijkheid ouders Tristan van der V.

Witlox in het ongelijk gesteld

9 Mei, 2011 10:33

Mr. Witlox, voormalig advocaat, vordert betaling van kosten buiten rechte (BGK) van Bovemij voor een bedrag van € 4.727,00. De totale schade bedraagt € 65.000,00 en de totale BGK € 14.727, 00. Daarvan heeft Bovemij al € 10.000,00vvergoed. De rechtbank oordeelt dat de verzekeraar met de betaling de redelijke kosten heeft voldaan. Dat Witlox inhoudelijk met Bovemij het debat heeft gevoerd over de medische causaliteit blijkt niet. Al snel nadat de bevindingen van de medisch specialisten bekend waren is gezocht naar een pragmatische oplossing. Gelet hierop is het uurtarief van € 250,00 ex BTW te hoog, te meer daar aantal werkzaamheden ook op administratief niveau konden worden gedaan. Niet aannemelijk dat voor de behandeling 50 uren noodzakelijk zijn geweest.

 

Volledige (ongepubliceerde) uitspraak:

Vonnis

 

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 718227 CV EXPL 10-8627 407 so

uitspraak van 29 april 2011

 

vonnis

 

in de zaak van

de besloten vennootschap Witlox Juristen sinds 1915 B.V.

gevestigd te 's-Hertogenbosch eisende partij

gemachtigde mr. R.J.J.M. Witlox

 

tegen

 

de naamloze vennootschap Schadeverzekering-Maatschappij Bovemij N.V.

gevestigd te Nijmegen

gedaagde partjj

gemachtigde mr. C.M. Laumans-Veldman

Partijen worden hierna Witlox en Bovemij genoemd.

 
1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 29 september 2010 met producties

- de conclusie van antwoord met producties

- het tussenvonnis van 3 december 2010

- de brief met producties van de zijde van Witlox van 14 februari 2011

- het proces-verball van de comparitie van partijen van 24 februari 2011.
2. De feiten

2.1. Op 10 maart 2006 heeft mevrouw

[benadeelde] een verkeersongeval gehad. In verband hiermee heeft Bovemij in haar hoedanigheid van WAM-verzekeraar aansprakelijkheid erkend.

2.2. [benadeelde] werd aanvankelijk bijgestaan door de Stichting Rechtsbijstand (SRK) te Tilburg, later genaamd Achmea Rechtsbijstand. Vanaf maart 2008 heeft Witlox [benadeelde] juridische bijstand verleend. In dit kader heeft [benadeelde] op 20 maart 2008 een machtiging ondertekend. Daarin is onder meer bepaald:

"De ondergetekende (...) machtigt hierbij en komt overeen met Witlox Juristen sinds 1915 BV (...) het navolgend::

5.Het rechtstreeks aan de aansprakelijke wederpartij/verzekeraar declareren van door opdrachtneemster in opdracht en voor rekening van opdrachtgever gemaakte buitengerechtelijke kosten (BGK) via op naam van opdrachtgever gestelde declaraties, een en ander op grond van art. 6:96 BW.

6. Door ondertekening verklaart opdrachtgever zijn potentiële BGK-claim op de aansprakelijke wederpartij reeds nu voor alsdan aan opdrachtneemster te cederen."

2.3. Partijen hebben met elkaar onderhandeld over een aan [benadeelde] toe te kennen

schadevergoeding. Dit heeft geresulteerd in een vaststellingsovereenkomst tussen Bovemij

en [benadeelde], die door hen is ondertekend op 8 en 9 juni 2009. Zij zijn daarin het volgende

overeengekomen:

"(.)

1. alle aanspraken van benadeelde op vergoeding van de geleden en in de toekomst nog te lijden materiële en immateriële schade worden door deze vaststellingsovereenkomst vastgesteld op een bedrag van € 65.500,00 (zegge: vijfenzestig duizend en vijfhonderd euro);

2. verzekeraar betaalt aan benadeelde het onder 1. genoemde geldbedrag onder aftrek van reeds verstrekte voorschotten (...);

3. verzekeraar betaalt de redelijke buitengerechtelijke kosten rechtstreeks aan Witlox Juristen onder aftrek van reeds verstrekte voorschotten ten bedrage van in totaal £ 5.000,00.

4. tegenover het onder 1,2 en 3 gestelde verleent benadeelde finale kwijting ter zake van alle aanspraken op vergoeding van materiële en immateriële schade (...) "

2.4. Witlox heeft ter zake van door haar verrichte werkzaamheden voor een totaalbedrag

van € 14.727,45 (inclusief BTW) aan op naam van [benadeelde] gestelde declaraties bij

Bovemij ingediend. Bovemij heeft een bedrag van € 10.000,00 aan Witlox vergoed.
3. De vordering en het verweer

3.1. Witlox vordert dat de kantonrechter voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Bovemij veroordeelt tot betaling aan haar van een bedrag van € 4.727,45 te vermeerderen met de wettelijke rente daarover te rekenen vanaf 30 dagen na factuurdatum tot aan de dag van voldoening, alles tot een maximum van € 5.000,00, met veroordeling van Bovemij in de proceskosten.

3.2. Witlox baseert haar vordering op de vaststaande feiten. Zij stelt dat de zaak een substantiële en ingewikkelde claim betrof met een discussie over medische causaliteit. Door haar toedoen is na intensief overleg een vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen, waardoor een procedure achterwege kon blijven. Witlox is daarom van mening dat de door haar gedeclareerde kosten redelijk zijn en voor vergoeding in aanmerking moeten komen.

3.3. Bovemij voert gemotiveerd verweer en bepleit afwijzing van de vordering. Zij voert daartoe in de eerste plaats aan dat Witlox werkt op basis van "no cure no pay". Dat betekent dat alleen als een zaak tot schade-uitkering leidt, een percentage daarvan als vergoeding voor geleverde diensten geldt. Bovemij veronderstelt dat Witlox uit het aan [benadeelde] toegekende schadebedrag reeds haar kosten vergoed heeft gekregen. Om dubbele uitbetaling te voorkomen wenst Bovemij inzicht te krijgen in de tussen Witlox en [benadeelde] gemaakte afspraken en in de financiële transacties tussen hen. Subsidiair stelt Bovemij dat de door Witlox gedeclareerde kosten de dubbele redelijkheidstoets van artikel 6:96 van het Burgeriijk Wetboek (BW) niet kunnen doorstaan. Witlox was de tweede rechtshulpverlener. De zaak was voor haar eenvoudig en werd zonder al te veel inspanning geregeld. Witlox heeft inhoudelijk nauwelijks aan de discussie bijgedragen, maar alleen de reacties van [benadeelde] en haar partner doorgestuurd. De discussie over de medische causaliteit is gevoerd tussen de medisch adviseurs van partijen. Uiteindelijk hebben partijen een pragmatische eindregeling getroffen. Verder is Bovemij van mening dat Witlox, die geen advocaat is, geen aanspraak kan maken op het specialistentarief. De verrichte werkzaamheden rechtvaardigen een dergelijk tarief niet. Bovendien is dit tarief ook voor eenvoudige administratieve werkzaamheden berekend. Daarom stelt Bovemij zich op het standpunt dat met wat zij heeft betaald de redelijke kosten op grond van artikel 6:66 BW zijn vergoed.
4. De beoordeling

4.1. Vooropgesteld wordt dat in de vaststellingsovereenkomst uitdrukkelijk is bepaald dat Bovemij naast de overeengekomen schadevergoeding de redelijke buitengerechtelijke kosten rechtstreeks aan Witlox zal betalen. Er is daarom zonder nadere toelichting, die ontbreek,, geen reden te veronderstellen dat deze kosten reeds in het bedrag van € 65.500,00 zijn inbegrepen.

4.2. De vordering is gebaseerd op de vaststellingsovereenkomst en op artikel 6:96 lid 2 sub c BW. In dat artikel is bepaald dat als vermogensschade mede voor vergoeding in aanmerking komen de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Vereist is dat de kosten redelijk zijn en dat de verrichte werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk waren om schadevergoeding te verkrijgen. Op grond van artikel6:97 BW kan de rechter de schade begroten op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Dat kan ook door schatting.

4.3. Het gaat in deze procedure alleen om een vergoeding voor door Witlox zelfverrichte werkzaamheden. Uit de bij de facturen gevoegde overzichten blijkt dat het in totaal gaat om ongeveer vijftig aan de zaak bestede uren. Witlox rekent een uurtarief van € 250,00 exclusief BTW vermeerderd met 6% kantoorkosten.

4.4. Uit de overgelegde stukken blijkt dat er al de nodige werkzaamheden waren verricht, toen Witlox de belangen van [benadeelde] ging behartigen. SRK/Achmea had onder andere informatie en onderliggende stukken verzameld, er was een berekening van toekomstschade gemaakt en er waren onderhandelingen gevoerd met Bovemij. Witlox heeft niet betwist dat de discussie over de medische causaliteit is gevoerd tussen de medisch specialisten van partijen. Wel heeft zij enkele brieven overgelegd waaruit blijkt dat zij toen op een meer inhoudelijk niveau bij de discussie betrokken was. Verder bevinden zich bij de stukken vooral brieven waaruit blijkt dat Witlox reacties van [benadeelde]

en haar partner eenvoudigweg heeft doorgestuurd. Dat Witlox inhoudelijk met Bovemij het debat heeft gevoerd over de medische causaliteit blijkt niet. Het Iijkt er op dat al snel nadat de bevindingen van de medisch specialisten bekend waren is gezocht naar een pragmatische oplossing. Gelet hierop is het tarief dat Witlox hanteert te hoog, zeker als daarbij wordt bedacht dat een aantal door haar verrichte werkzaamheden ook op administratief niveau konden worden gedaan. Verder is gegeven het verloop van de zaak niet aannemelijk geworden dat voor de behandeling daarvan vijftig uren noodzakelijk zijn geweest. Op grond hiervan is de kantonrechter van oordeel dat met wat Bovemij aan Witlox heeft betaald de redelijke buitengerechtelijke kosten zijn voldaan. Voor toewijzing van de vordering van Witlox die strekt tot vergoeding van een hoger bedrag aan kosten is daarom geen reden.

4 5 Witlox wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Deze worden aan de zijde van Bovemij begroot op € 400,00 voor salaris gemachtigde.
5. De beslissing

De kantonrechter wijst de vordering af

veroordeelt Witlox in de proceskosten, die aan de zijde van Bovemij worden begroot op €400,00;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

 

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. A.E.M. Overkamp en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2011.

Terug