Klantbeoordeling 9.0/10
Nu tot 22.00 uur bereikbaar! 036 522 0342 info@ridder-letselschade.nl

036 522 0342

Bereikbaar tot 22:00!

Afspraak maken

Gratis advies gesprek

Doe de letselschadetest

Gebruik de onderstaande test om te beoordelen of u in aanmerking komt voor een letselschadeclaim. Binnen 5 min heeft u een uitslag.

Doe de test

  • Pleidooi voor Smartengeld databank

  • Verzekeraars hebben de sleutel in handen voor betere regeling van letselschade!

  • Aansprakelijkheid ouders Tristan van der V.

Gemeente aansprakelijk voor letselschade fietser

14 Juli, 2010 15:29

Op 4 augustus 2005 reed een man op zijn racefiets achter twee andere racefietsers, met wie hij een groepje vormde, over een fietspad in de gemeente Noordenveld. Deze gemeente is beheerder van dit fietspad. Bezien vanuit de richting van het dorp Een voert het fietspad in de richting van het beekje De Slokkert. Dat deel van het pad kent geen obstakels. Aan het einde van dit deel van het pad is een bruggetje over De Slokkert. Het fietspad is daarvoor onderbroken, waarna het na het oversteken van het bruggetje wordt voortgezet. Komend over het bruggetje moeten fietsers een haakse bocht naar rechts maken om weer op het pad te komen. Het pad maakt na enkele meters opnieuw een haakse bocht, maar nu naar links. Na deze laatste bocht voert het fietspad over een lengte van ten minste 250 meter verder in een rechte lijn.

Toen het fietspad in 1990 werd aangelegd, is besloten dat er geen auto- of ander voor fietsers gevaarlijk verkeer op het pad mocht komen. Om dit te realiseren is op een afstand van ongeveer 25 meter na de laatste haakse bocht in het midden van het pad een rood-wit gemarkeerd paaltje geplaatst. Het gevaarlijke verkeer kon daardoor wel op het fietspad komen vanaf de naastliggende zandweg, maar kon haar weg over het pad niet vervolgen. Bij de plaatsing van het paaltje is overwogen of er ook een ander middel was om dit verkeer te weren. Afsluiting van de zandweg was niet mogelijk en ook het verhinderen van het oprijden van het pad bij het bruggetje was niet mogelijk omdat via dit deel van het pad een naastliggend perceel bereikbaar moet zijn voor werkverkeer.

De fietser is, komend vanuit de richting van het dorp Een, in botsing gekomen met voornoemd paaltje. Hij en de twee andere racefietsers hadden de twee bochten genomen, hadden meteen aangezet en reden daardoor ten tijde van het ongeval met een snelheid van ongeveer 25 tot 30 kilometer per uur. De fietser reed vlak achter de anderen en had daardoor geen uitzicht over het pad. Eén van de anderen heeft hem nog gewaarschuwd maar hij zag het paaltje te laat, waardoor hij het, anders dan zijn twee voorgangers, niet tijdig meer kon ontwijken en er in volle vaart tegenop is gereden.

Aansprakelijkheid en letselschade

Als gevolg van de botsing met het paaltje heeft de man ernstig letsel opgelopen en de daardoor veroorzaakte letselschade wenst hij op de gemeente Noordenveld te verhalen. De man heeft de Gemeente bij brief van 27 december 2005 aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden materiële en immateriële schade als gevolg van voornoemd ongeval. De gemeente heeft deze aansprakelijkheid niet aanvaard. De melding door de man is voor de gemeente de eerste melding van een ongeval verband houdend met een op de weg geplaatst paaltje. Die melding heeft de gemeente wel doen besluiten om een - ten tijde van het ongeval nog ontbrekende -reliëfmarkering op het fietspad aan te brengen, ter inleiding van het paaltje.

De fietser heeft vervolgens een dagvaarding laten uitbrengen en heeft gevorderd dat de rechtbank voor recht zou verklaren dat de gemeente aansprakelijk is voor het ongeval en de gevolgen daarvan, en dat de rechtbank de gemeente zou veroordelen tot het betalen van de letselschade, zowel materieel als immaterieel, die de man als gevolg van het ongeval heeft geleden. De rechtbank heeft die vorderingen afgewezen.

Veiligheidsmaatregelen

Volgens de man heeft de rechtbank miskend  dat sprake was van een gevaarlijke situatie waartegen de gemeente niet de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen heeft genomen. De man stelt dat het fietspaaltje zonder noodzaak op het fietspad is geplaatst. Het hof overweegt het volgende. Naar zeggen van de gemeente was het noodzakelijk te voorkomen dat automobilisten die van het naastgelegen zandpad gebruikmaakten, zich op het verharde fietspad zouden begeven. Indien zij dat wel zouden doen, zou een onwenselijke en voor fietsers gevaarlijke verkeerssituatie ontstaan. Daartegen heeft de man onvoldoende ingebracht, zodat die grief wordt verworpen.

De man stelt voorts echter, dat de gemeente onvoldoende tegen de gevaren van het paaltje heeft gewaarschuwd. Naar het oordeel van het hof heeft de rechtbank bij de beoordeling van dit geschil terecht (en onbestreden) overwogen dat voor een eventuele aansprakelijkheid op grond van artikel 6:174 BW als uitgangspunt heeft te gelden dat op de gemeente als wegbeheerder de plicht rust ervoor te zorgen dat de toestand van de weg de veiligheid van personen en zaken niet in gevaar brengt, en dat hieruit voortvloeit dat, wanneer de gemeente ter fysieke ondersteuning van verkeersmaatregelen een weg zodanig inricht dat deze zonder beveiligingsmaatregelen gevaar oplevert voor de weggebruiker, zij door deugdelijke beveiligingsmaatregelen ervoor dient te zorgen dat de veiligheid voldoende gewaarborgd blijft, waarbij de gemeente mede in aanmerking heeft te nemen dat niet alle verkeersdeelnemers steeds de nodige voorzichtigheid en oplettendheid zullen betrachten (HR 20 maart 1992, NJ 1993, 547 en VR 1992, 113 met noot).

Kelderluikcriteria

Voorts geldt dat bij de beantwoording van de vraag of in een situatie ter waarborging van de veiligheid maatregelen worden gevergd, niet alleen moet worden gelet op de mate van waarschijnlijkheid waarmee de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid kan worden verwacht, maar ook op de hoegrootheid van de kans dat daaruit ongevallen ontstaan, op de ernst die de gevolgen daarvan kunnen hebben en op de mate van bezwaarlijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen. Tegenover deze zorgplicht van de wegbeheerder staat, volgens vaste jurisprudentie, de verplichting van de weggebruiker om de in zijn algemeenheid te vergen voorzichtigheid in acht te nemen. De op de wegbeheerder rustende zorgplicht strekt dan ook niet zo ver dat hij rekening dient te houden met weggebruikers die niet de in het algemeen te vergen voorzichtigheid in acht nemen.

CROW

Het hof constateert dat in de richtlijnen van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond- Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW) verkeerspaaltjes op een fietspad door markering met een ribbelmarkering in het wegdek van ten minste 5 meter dienen te worden ingeleid. De verkeerssituatie ter plaatse was niet van dien aard dat een dergelijk waarschuwingssignaal achterwege kon blijven. De weg werd immers ook gebruikt door een specifieke categorie verkeersdeelnemers, te weten racefietsers. Deze weggebruikers plegen in groepen bijeen te fietsen met een relatief hoge snelheid. Bij de inrichting van de weg had de gemeente daar rekening mee moeten houden. Dat is temeer het geval omdat het gaat om een smal pad, gelegen in een landelijk gebied, waarbij kort na een haakse bocht een paal in het midden van het pad was geplaatst. De kans dat zonder adequate maatregel als bedoeld een aanrijding met het paaltje volgt, is dan ook niet te verwaarlozen, terwijl het niet bezwaarlijk is de maatregel te nemen. De gevolgen van een zodanige aanrijding kunnen echter wel ernstig zijn.

De conclusie moet luiden dat de gemeente niet heeft voldaan aan de eisen die men - gegeven de noodzaak tot het plaatsen van een fietspaal - aan het fietspad in de gegeven omstandigheden mocht stellen, en dat dit een gevaar voor personen of zaken opleverde.

Omkeringsregel

De man stelt als gevolg van het ongeval op die weg schade te hebben geleden en die ten aanzien van het causaal verband tussen dat ongeval en de gebrekkige toestand van de weg een beroep doet op de omkeringsregel, zal omtrent de toedracht van het ongeval feiten dienen te stellen en zonodig aannemelijk moeten maken waaruit volgt dat een bepaald, uit die toestand voortvloeiend gevaar zich heeft verwezenlijkt, zonder dat nodig is dat hij ook de precieze toedracht van het ongeval aannemelijk maakt. In gevallen als het onderhavige wordt hij immers tegen het bewijsrisico dat is verbonden aan de dienaangaande bestaande onzekerheid nu juist beschermd door de omkeringsregel (HR 19 december 2008, NJ 2009. 28).

Het gevaar bestaat eruit dat fietsers tegen de paal aanrijden. De man heeft aan de hand van diverse bescheiden, waaronder getuigenverklaringen, onderbouwd dat dat gevaar zich in zijn geval heeft verwezenlijkt. De gemeente heeft dat vervolgens niet, althans (bij gebrek aan wetenschap) onvoldoende gemotiveerd bestreden. Zij is om die reden als wegbeheerder ingevolge artikel 6:174 lid 1 BW aansprakelijk, tenzij zij de veronderstelling ontzenuwt dat oorzakelijk verband bestaat tussen de gebrekkige toestand van de weg en de aanrijding. In dit verband constateert het hof dat de man niet uitdrukkelijk heeft gegriefd tegen de vaststelling door de rechtbank dat het ontbreken van reliëfmarkering geen verschil maakt, maar dat hij zich wel op het standpunt stelt dat de aanrijding het gevolg is van het ontbreken van reliëfmarkering ter plaatse.

Tegenbewijs en eigen schuld

De gemeente Noordenveld zal worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs in de hiervoor bedoelde zin. Indien de gemeente niet slaagt in het haar opgedragen bewijs, zal nog aan de orde komen of de letselschade die de man heeft geleden mede het gevolg is van enige omstandigheid die aan hemzelf kan worden toegerekend (beroep op eigen schuld).

Bekijk ook onze overzichtspagina over letselschade bij fietsers.

Terug