Klantbeoordeling 9.0/10
Nu tot 22.00 uur bereikbaar! 036 522 0342 info@ridder-letselschade.nl

036 522 0342

Bereikbaar tot 22:00!

Afspraak maken

Gratis advies gesprek

Doe de letselschadetest

Gebruik de onderstaande test om te beoordelen of u in aanmerking komt voor een letselschadeclaim. Binnen 5 min heeft u een uitslag.

Doe de test

  • Pleidooi voor Smartengeld databank

  • Verzekeraars hebben de sleutel in handen voor betere regeling van letselschade!

  • Aansprakelijkheid ouders Tristan van der V.

Letselschade door achterop de fiets te springen

6 Januari, 2014 13:12

De rechtbank in Groningen achtte het onrechtmatig/gevaarzettend om achterop een fiets te springen. Door deze actie kwam een vrouw ten val en liep letsel op. Er bestond verschil van mening over de mate van eigen schuld.

Ongeval met fiets door achterop te springen

In de nacht van 23 op 24 maart 2012 verliet de eiseres met een vriendin een café in Groningen; beiden reden op een fiets.

Ongeveer gelijktijdig verliet ook de gedaagde hetzelfde café samen met twee vrienden. Eén van de mannen vroeg aan de eiseres of zij en haar vriendin ook in dezelfde richting gingen. Aangezien dat kennelijk het geval was, vroeg de man of zij bij hen achterop de fiets mee mochten rijden. De vriendin van de eiseres heeft daarmee ingestemd en wilde hem op haar fiets een lift geven. De man is vervolgens gaan fietsen op de fiets van de vrouw met haar achterop.

Op het moment dat de eiseres op haar fiets was gestapt en al een stukje in de richting van de Grote Markt had gefietst, sprong de gedaagde plotseling zijwaarts achterop haar bagagedrager. De vrouw is vervolgens met fiets en al gevallen. Zij kwam met haar hoofd op straat terecht en brak haar rechterenkel. Hierdoor leed de vrouw letselschade die zij op de man, gedaagde, wilde verhalen. Per brief van 14 mei 2012 heeft de vrouw de man aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van het ongeval en de letselschade dientengevolge.

Letsel en schade

Het slachtoffer, de eiseres, is na het ongeval per ambulance naar het ziekenhuis vervoerd en nog diezelfde dag aan haar enkel geopereerd. Zij is meerdere dagen opgenomen geweest. Volgens het verslag van het ziekenhuis had zij alcohol gedronken, te weten 'vijf eenheden'.

De vrouw vordert veroordeling van de gedaagde man tot betaling van de materiële en immateriële schade (smartengeld) die zij lijdt en nog zal lijden als gevolg van het ongeval op 24 maart 2012, alsmede een en veroordeling van de gedaagde in de proceskosten. Zij stelt namelijk, dat de man onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door zonder toestemming bij haar achterop de fiets te springen. Ook indien zij de indruk zou hebben gewekt daartoe toestemming te hebben verleend, dan nog heeft de man onrechtmatig gehandeld door de wijze waarop hij bij haar achterop is gesprongen. Hij is een 34-jarige man met een zeer fors postuur en had zich van dat gedrag moeten onthouden. De vrouw stelt dat het onwaarschijnlijk is dat de fiets het heeft begeven als gevolg van ondeugdelijkheid. De man is volgens haar dus aansprakelijk voor de door haar geleden en nog te lijden materiële en immateriële letselschade. De man is het daar uiteraard niet mee eens.

Omvang van de schade/studievertraging

De omvang van haar schade is op dit moment nog niet geheel te overzien. De revalidatie was langdurig. Als gevolg van het ongeval heeft zij studievertraging opgelopen.

Beoordeling door de rechtbank: achteropspringen is gevaarscheppend

De rechtbank acht het achterop een fiets springen gevaarscheppend. Dit kan immers de fiets in onbalans brengen met een valpartij als mogelijk gevolg. Het enkele gevaarscheppende gedrag maakt het handelen van de man echter nog niet onrechtmatig. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat gevaarscheppend gedrag eerst onrechtmatig is indien de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval als gevolg van dat gedrag zo groot is, dat de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had behoren te onthouden (Hoge Raad 9 december 1994, NJ 1996, 403). Naar het oordeel van de rechtbank voldoet het handelen van de man aan dit criterium.

Toestemming niet relevant

Volgens de rechtbank maakt het niet uit of de vrouw wel of geen toestemming had gegeven voor het achterop springen. Het lag er meer aan hoe hij met zijn forse postuur en gewicht zijdelijngs op de fiets is gesprongen. Zij was daar immers niet op bedacht en hoefde dat ook niet te zijn; de kans op een ongeluk was door deze handelwijze zeer groot. De rechtbank overweegt hierbij dat het achterop een fiets springen op zich een handeling is die regelmatig plaatsvindt, maar het is een feit van algemene bekendheid dat deze handeling het risico met zich brengt dat de bestuurder van de fiets uit zijn evenwicht raakt waardoor de fiets gaat zwenken en de fiets kan omvallen. Het achterop een fiets springen moet daarom met de nodige behoedzaamheid gebeuren, waarbij de bestuurder en de meerijder hun gedrag op elkaar moeten afstemmen. De kans op zwenken is groter als de meerijder met beide benen aan één kant plaatsneemt dan met de benen aan weerszijden. Voorts spelen het postuur van de meerijder en de snelheid waarmee deze plaatsneemt op de bagagedrager een rol.

Toerekenbaar onrechtmatig handelen

Uit het voorgaande volgt tevens dat het onrechtmatig handelen van de man aan hem moet worden toegerekend. Als gevolg van dit handelen, is het slachtoffer gevallen en heeft zij letselschade geleden. Deze schade moet

[gedaagde]

in beginsel vergoeden.

Eigen schuld

Volgens de man had de vrouw wel eigen schuld aan het ontstaan van het ongeval. Ter beantwoording van die vraag wordt het volgende overwogen. Op grond van artikel 6:101 BW moet de schadevergoedingsplicht van een veroorzaker van een ongeval worden verminderd door de schade over beiden te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen, met dien verstande dat een andere verdeling plaatsvindt of de vergoedingsplicht geheel vervalt of in stand blijft, indien de billijkheid dit wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval eist.

Wie moet het bewijzen?

Volgens de rechtbank is hier van belang, dat van een zekere mate van eigen schuld bij het slachtoffer kan worden gesproken als zou komen vast te staan dat zij de man inderdaad toestemming heeft gegeven om bij haar achterop mee te rijden. Immers, zij had dan het postuur van de man en de omstandigheid dat zijzelf alcohol had genuttigd in haar overwegingen kunnen (en moeten) betrekken. Voorts had zij in dat geval haar handelwijze op die van de man kunnen en ook moeten afstemmen. Zij had hem dan in de gelegenheid moeten stellen rustig achterop de bagagedrager plaats te nemen. Volgens de rechtbank moet de man, die zich op dit bevrijdende verweer beroept, dit dan maar bewijzen. Zo hoort het ook, de man is aansprakelijk en als hij van mening is dat de vrouw ook blaam treft, moet hij dat maar bewijzen.

Wordt dus vervolgd . . . .

Bekijk ook onze overzichtspagina over letselschade bij fietsers.

Terug